
Ricky heeft geen idee waarom, maar ze is onrustig. Ze heeft last van een rommelige kaaklijn, van mensen die te zacht praten, van kiwi’s uit Nieuw-Zeeland, van te lang in- en uitademen bij yoga en ze blijkt soms hardop te denken. Ze vertelt over haar puberzoon die niet meer op haar zit te wachten terwijl haar ouders juist steeds meer aandacht vragen. Ondertussen weet ze niet of ze nog wel kan flirten met jongere mannen, omdat ze niet zeker weet of ze oud is of niet. Ze denkt van wel.

